Deze man smokkelde dokters, zakenlui én jihadisten Syrië in
foto: Tan Tunali

Deze man smokkelde dokters, zakenlui én jihadisten Syrië in

Reizend langs de grens leggen gastcorrespondenten Huib de Zeeuw en Tan Tunali vast welke impact de oorlog in Syrië op Turkije heeft. In deel 5 van de serie: hoe een Turkse smokkelaar honderden medici, zakenmensen en strijders de grens over hielp.

Opgetrokken uit glas en een golvend stenen dak behoort de luchthaven van Hatay tot een van de modernste van Turkije. Het is ook een van de kleinste regionale luchthavens: twee lokale luchtvaartmaatschappijen delen een balie en er is één koffiehoek. Gelegen in de meeste zuidelijke provincie (die in de Ottomaanse tijd nog tot het Syrische grondgebied behoorde) is Hatay in de afgelopen jaren uitgegroeid tot een van de belangrijkste doorvoerhavens van buitenlandse jihadisten richting Syrië.

Ook voor veel Nederlandse strijders was dit de laatste stop voor de oorlog. Een smokkelaar pikte ze op vanaf het vliegveld om ze vervolgens ‘s avonds, enkele tientallen kilometers verderop, de grens over te brengen. Turkije liet het oogluikend toe.

Ümit* was zo’n smokkelaar. We treffen de breedgeschouderde twintiger in de theetuin van het nabijgelegen ziekenhuis in Antakya. Hij komt uit een grensdorp, maar blijft bij zijn broer die een nacht in het ziekenhuis doorbrengt. Openlijk vertelt hij over wat tot anderhalf jaar geleden zijn dagelijkse bezigheid was. Drie jaar lang smokkelde hij dokters, zakenlui en strijders de grens over.

Het werk van Ümit

De smokkelaar komt uit een invloedrijke soennitische familie. Dat zorgt voor veel contacten in Syrië, voornamelijk binnen kringen van de Moslimbroederschap. Aanvankelijk smokkelde hij dan ook vooral Moslimbroeders, die na massaslachting in Hama Syrië ontvlucht waren. Met Ümit kwamen ze via bergweggetjes illegaal het land binnen om de wapens tegen Bashar al-Assad op te nemen.

Later smokkelde hij jihadisten van over de hele wereld: Afghanen, Marokkanen, Canadezen en Fransen. Ümit vertelt - tussen de vele telefoontjes door - hoe dat in zijn werk ging. Hij pikte onopvallend geklede jongemannen, vaak met niet meer dan een rugzak met een Koran erin, op vanaf het vliegveld. Vervolgens bracht hij ze voor 100 dollar de grens over. Als bewoner van een grensdorp kende hij het gebied en de geschikte doorgangswegen als geen ander. Ümit: ‘Als moslim vind ik niet dat je daar veel geld aan kan verdienen. Het is voor mij geen handel, maar hulp.’

Morele bezwaren heeft hij niet. Al erkent hij dat zijn klanten waarschijnlijk ook andere moslims gedood hebben. ‘Maar het was altijd oppositie [tegen Assad; TT, HdZ] die ik smokkelde,’ legitimeert hij zijn keuzes. ‘Ik heb bijvoorbeeld ook journalisten Syrië binnengesmokkeld, omdat het belangrijk is dat er informatie naar buiten komt over wat Assad met zijn burgers doet. Ik zag het als plicht de oppositie zoveel mogelijk te steunen.’

Waarom Ü stopte

Toch gaf hij er een jaar geleden de brui aan. Dit omdat het hem allemaal te onduidelijk was geworden wie hij waarnaartoe bracht en hij wilde niet bijdragen aan de snelle opmars van de Islamitische Staat (IS). Dat is in zijn ogen een terreurgroep die helemaal niet uit is op de val van Assad maar de islam in een kwaad daglicht stelt. Bovendien heeft Turkije de grenscontrole zodanig aangescherpt dat het veel riskanter is geworden om mensen de grens over te krijgen.

We besluiten bij de grens te gaan kijken. De weg leidt door een prachtig glooiend landschap, maïs- en katoenvelden worden slechts onderbroken door een AFAD-kamp. Plukjes Syrische vrouwen werken in de brandende zon op het land. In het grensdorpje Hacipasa zien we dat de situatie die afgelopen maanden flink veranderd is. De inwoners verdienden tot voor kort goud geld met smokkelen. Met name olie, auto’s en wapens gingen de grens over. En jihadisten.

Maar nu de grenscontrole is aangescherpt, gebeurt er niks meer. Rokend en koffiedrinkend een kaartje leggen, is de meest geziene bezigheid geworden. Echt praten willen de bewoners niet: ‘Hacipasa is al zo vaak in de media verschenen. ‘We hebben een slechte naam gekregen en zijn onze werkgelegenheid kwijtgeraakt,’ zegt een man als hij nog maar eens een sigaret opsteekt.

Wat nu smokkel heet, was voorheen gewoon handel, vertelt Ümit ons. ‘Vroeger liepen we gewoon Syrië binnen. Haast iedereen hier heeft ook familie aan de Syrische kant van de grens.’ De provincie Hatay was een belangrijke handelsregio. Vrachtwagens pikten goederen op in de nabijgelegen havenstad Iskenderun en vervoerden die naar het hele Midden-Oosten.

Van die handel is weinig meer over, vertellen vrachtwagenchauffeurs even verderop. Ze delen een Turkse pizza en wachten tot ze hun lading (bouwmateriaal, voedsel) even over de grens bij Cilvegözü kunnen lossen. ‘Voor de oorlog reden we gewoon door, tot Saoedi-Arabië aan toe. Dat kan nu niet meer,’ vertelt een van hen. Een Syrische collega, die beter bekend is met de wegen en checkpoints neemt in een bufferzone de vracht over en vervoert die vervolgens naar de rest van Syrië.

Wapensmokkel naar Syrië

Andere transporten gaan nog wel gewoon de grens over. Afgelopen maand publiceerde de Turkse krant Cumhuriyet beeldmateriaal van een wapentransport op weg naar Syrië uit januari vorig jaar. De Turkse grenspolitie onderschepte destijds een transport dat bemand werd door de geheime dienst uit eigen land. De Turkse regering bleef echter ontkennen dat er wapens in de wagens lagen. Cumhuriyet-hoofdredacteur Can Dündar werd vervolgens aangeklaagd vanwege ‘het in gevaar brengen van de nationale veiligheid.’ Ook zeven bij de operatie betrokken militairen zagen zware straffen tegen zich eisen.

Volgens Ümit gaan zulke wapentransporten nog altijd de grens over: ‘Zo’n twee à drie keer per week zie ik ‘s avonds vanuit mijn raam civiele escorts die met vrachtwagens de grens over gaan. Ik weet zeker dat het auto’s van de geheime dienst zijn.’

* Op verzoek van de betrokkene is de naam geanonimiseerd.

Getagged onder :

Laat een reactie achter

Zorg ervoor dat u de verplichte (*) velden invult waar dit is aangegeven. HTML code is niet toegestaan.