Spreek niet, zie niet
Muurschildering in Istanbul. In het Turks, met de klok mee: denk niet, hoor niet, spreek niet, zie niet / foto: Tan Tunali

Spreek niet, zie niet

De persvrijheid in Turkije is er beroerd aan toe – nog steeds. En dat ligt niet alleen aan de autoritaire premier Erdoğan en zijn AK-partij.

Yıldırım Türker schreef als journalist scherpzinnige en kritische columns voor de krant Radikal. Inderdaad: schreef, in de verleden tijd. Twee weken geleden kreeg hij een belletje van zijn hoofdredacteur. Die deelde hem mee dat hij zijn nieuwste column niet wilde plaatsen. Het einde van een zestienjarige samenwerking was een feit. In de bewuste column, die via het internet alsnog razendsnel een groot lezerspubliek vond, beschuldigde Türker de regering ervan operaties in de oostelijke stad Şemdinli aan het oog van het publiek te onttrekken. Hier vocht het Turkse leger de afgelopen weken hevig met de PKK.

Het verhaal van Türker staat niet op zichzelf. In juli brachten 90 Turkse journalisten de Dag van de Journalisten door achter de tralies. De buitenwereld duidt monddood gemaakte journalisten veelal als fratsen uit de koker van de Turkse premier Erdoğan. Het autoritaire karakter van Erdoğan en zijn AK-partij speelt zeker een rol, maar is hooguit een radertje in het grotere, veel complexere wiel. Achter het verhaal van Türker en de gevangen journalisten gaat een complexe werkelijkheid schuil, waarin onder andere historische, juridische en autoritaire aspecten journalisten constant tot zelfcensuur dwingen en in permanente angst gijzelen.

Historische erfenis

Het Turkse medialandschap kampt met een aantal structurele problemen.Eén daarvan is een erfenis van de Turkse ontstaansgeschiedenis. De Turkse journaliste Yasemin Çongar, die in mei de Persvrijheidslezing in Amsterdam uitsprak, legt uit: 'De Turkse staat is gevormd op een dichotomie die goede burgers van slechte burgers onderscheidt. Een etnische Turk die het soennisme aanhangt valt in de eerste categorie, alle afwijkende groepen in de tweede. Zij konden zich alleen naar de eerste categorie opwerken door ontkenning van hun geloof, etnische achtergrond, of moedertaal.'

Deze geschiedenis maakt dat Turkije zichzelf sinds jaar en dag in autoritaire en patriarchale houdgreep houdt, zodat er voor kritische geluiden geen of weinig ruimte is. De Koerden, die met zo'n 20 procent van de totale bevolking de grootste etnische minderheid vormen, zijn de meest in het oog springende benadeelden. Van alle gevangen journalisten is maar liefst twee derde van Koerdische komaf. Hoewel de positie van de Koerden onder de huidige regering mondjesmaat verbetert, is de populistische, nationalistische kaart er nog altijd een die graag en gemakkelijk getrokken wordt. Zo liet Erdoğan de hoofdredacteuren van alle kranten een code ondertekenen waarin ze moesten beloven niet te veel nieuws te brengen dat aanzet tot haat en vijandschap. Het behoeft geen uitleg dat hij hieronder vooral nieuws over de Koerdische kwestie en de PKK verstaat.

De verhoudingen tussen media en staat zijn in Turkije sinds de oprichting van de Republiek gespannen en kenmerken zich door een sterke afhankelijkheid in plaats van onafhankelijkheid. Een traditie van onafhankelijke journalistiek bestaat niet. Daar komt bij dat na de drie bloedige militaire coups die tussen 1960 en 1980 plaatsvonden de angst nog sterker in de samenleving verweven raakte. Noodgedwongen groeide een apolitieke generatie op. Dilek Kurban, professor in de rechten aan de Bosporus Universiteit, verwoordt het treffend: 'Het doel was burgers te creëren die zich nergens mee bemoeiden en bereid waren hun individueliteit op te offeren in naam van "de natie".'

Ruime terrorismewetgeving

Naast de historische erfenis hebben Turkse journalisten te maken met een rechtssysteem dat hen op papier enige, maar in de praktijk geen enkele bescherming biedt. Terwijl de grondwet persvrijheid waarborgt, betoont de rechterlijke macht zich erg pro-actief door op eigen houtje journalisten voor het gerecht te slepen - via een ruime interpretatie van terrorismewetgeving uit diezelfde grondwet. Als gevolg van deze ruime interpretatie van de wet is een groot deel van het Turkse journaille wel eens voor het hekje verschenen. 'Ik moet zo vaak voorkomen dat ik de tel ben kwijtgeraakt', vertelt Çongar. 'Maar ik verdedig me altijd met sterke argumenten en mijn integriteit.'

Tot nog toe loopt Çongar nog vrij rond. Wel wordt zij streng geadviseerd niet met het openbaar vervoer te reizen en geen vast patroon in haar restaurantbezoeken op na te houden. Veel van haar collega's zijn minder gelukkig en zitten op verdenking van terroristische en andere staatsgevaarlijke activiteiten in voorarrest.

Ondertussen werkt de AKP-regering, 10 jaar onafgebroken aan de macht, aan een nieuwe grondwet. De huidige grondwet is een nationalistisch document en een product van de militaire coup van 1980. De vernieuwing blijkt een hobbelig proces, waarin de verschillende belanghebbenden in plaats van samenwerking met elkaar, tegenwerking prefereren. De AK-partij heeft toegezegd de ruime terrorismewetgeving, waarmee de journalisten, maar ook studenten, academici en kritische burgers in het gevang verdwenen, te willen aanpassen.

Conglomeraten & boetes

Wat de situatie verder bemoeilijkt is de concentratie van de media in enkele conglomeraten. Deze conglomeraten investeren niet alleen in media, maar ook in andere sectoren zoals energie, bouw en toerisme. Doordat de conglomeraten hun belangen in de andere sectoren geen schade willen toebrengen, leidt dit tot een mediaklimaat waarin onafhankelijke, feitelijke journalistiek slecht gedijt. Journalisten hebben niet alleen te maken met druk van hun werkgever, maar indirect ook met druk van de regering.

Exemplarisch is het conflict uit 2009 tussen de Doğan Groep, toen de voornaamste speler in de Turkse media, en de regerende AK-partij. Omdat verschillende media van de Doğan groep premier te zeer tegen de haren hadden ingestreken, kreeg het bedrijf een boete van 3,3 miljard dollar opgelegd. Al gauw werd duidelijk dat eigenaar Aydın Doğan eieren voor zijn geld koos. Hij had immers ook zijn belangen in andere sectoren. Hij verkocht enkele kranten, ontsloeg flink wat werknemers, stelde nieuwe hoofdredacteuren aan en matigde de toon jegens de regering drastisch. Erdoğan, op zijn beurt, verlaagde de boete naar 550 miljoen dollar. De draai van Doğan droeg bij aan de aanzienlijke vergroting van AKP-gezinde media. Beide heren tevreden, maar de confrontatie leidde een andere, veel minder positieve trend in het medialandschap in.

Angst

In de afgelopen jaren ontstond een cultuur van angst en zelfcensuur, waarin de conglomeraten te kritische journalisten ontsloegen, bang voor eventuele nieuwe repercussies vanuit de overheid.

Zelfcensuur is verworden tot norm op de burelen van haast ieder medium. Niet in de eerste plaats uit angst voor de regering, maar temeer omdat men hetzelfde lot als Yıldırım Türker, de door Doğan ontslagen journalisten en vele anderen vreest. Vakbonden zijn papieren tijgers en te actief lidmaatschap wordt net als het schrijven van te kritische stukken ten strengste afgeraden.

In haar Persvrijheidslezing verwoordde Çongar dit dilemma van Turkse journalisten treffend door zich af te vragen waarom sommige verhalen nooit het daglicht zien. 'We opereren allemaal binnen onze eigen kaders van angst. Die angst is zelden onze eigen angst. Vaak worden we ingesloten door de angst van een ander. Van conglomeraten, van onze gemeenschap, van ons land of zelfs van ons ras. Van wie die angst is, maakt weinig uit, want uiteindelijk is het altijd de angst voor de waarheid. Het toegeven aan de angst van de ander is funest voor goede journalistiek, maar gebeurt helaas nog maar al te vaak', aldus Çongar.

Çongar's collega Ahmet Şık verwierf ongewild wereldfaam toen hij op 3 maart 2011 van zijn bed werd gelicht. Hij was bezig een boek te schrijven over de infiltratie van het politieapparaat door "het leger van de imam", volgelingen van de invloedrijke, in de Verenigde Staten residerende, priester Fehtullah Gülen. Hij werd beschuldigd van lidmaatschap van Ergenekon, een clandestien netwerk dat een staatsgreep zou voorbereiden. Bezit van het boek, dat digitaal alsnog verspreid werd, werd strafbaar gesteld. Volgens Şık was de echte reden van zijn arrestatie dan ook het voorkomen van de publicatie van zijn boek.

Na dertien maanden gevangenschap was hij in Brussel te gast bij het Europees Parlement om zijn verhaal te doen. 'We hebben veel gevangen journalisten in Turkije, maar nog veel meer vrije journalisten in gevangenschap. De zelfcensuur overstijgt inmiddels de censuur van de autoriteiten.' Şık hoorde onlangs zeven jaar tegen zich eisen, dit keer 'vanwege het smaden van ambtenaren voor hun werkzaamheden'. Medio september wacht de zoveelste rechtszaak in zijn journalistieke loopbaan.

Taboes

Is het dan louter huilen met de pet op? Niet volgens de premier Erdoğan. Hij noemde de Turkse pers 'vrijer dan ooit, omdat er geen taboeonderwerpen meer bestaan'. Als we persvrijheid in Turkije in historisch perspectief plaatsen, is het inderdaad waar dat veel onderwerpen die vroeger onbespreekbaar waren, langzaam maar zeker hun taboestatus verliezen. Dit geldt met name sterk voor de persoonlijke cultus van Atatürk en het eens almachtige leger. Er zijn echter nieuwe taboes ontstaan, zoals bijvoorbeeld de Gülen-beweging. Bovendien blijkt Erdoğan zeer gevoelig voor persoonlijke kritiek en grijpt hij elke gelegenheid aan om de mediasector, maar ook individuele journalisten aan te vallen.

En de gevangen en ontslagen journalisten dan? Die kritiek wordt door Turkse regeringsofficials vaak gecounterd met de beweringen dat de openbare aanklagers ook gewoon hun werk doen en dat bovendien een groot aantal van de gevangen journalisten helemaal niet vast zitten voor hun journalistieke activiteiten. Zo liet Egemen Bağis, Minister voor Europese Zaken, begin dit jaar bij HardTalk optekenen dat 'het dragen van een perskaart niet betekent dat je misdaden mag plegen'.

De Turkse mediasector is als speelbal van politici, magistraten en mediatycoons niet in staat gebleken zich tegen politieke, persoonlijke en zakelijke belangen te wapenen. Begrip van de complexe en structurele oorzaken van de situatie is geboden om verbetering van de persvrijheid mogelijk te maken. Daar helpt het simpel terugbrengen van de problemen tot de autoritaire regeerstijl van Erdoğan - zoals dikwijls door internationale waarnemers wordt gedaan - niet bij. Te vaak worden instituties en media in slaap gesust door symbolische maatregelen of slimme trucs van de Turkse regering. Waar de actualiteit gedragen wordt door de woeste baren van het Midden-Oosten dreigt dit fundamentele thema na een flinke golf van aandacht nu kopje onder te raken.

Lees in het Groene Lab.

Getagged onder :

Laat een reactie achter

Zorg ervoor dat u de verplichte (*) velden invult waar dit is aangegeven. HTML code is niet toegestaan.