Zelfcensuur houdt slecht nieuws over de economie uit Turkse media
Foto: Paul Enkelaar

Zelfcensuur houdt slecht nieuws over de economie uit Turkse media

De Turkse economie heeft het moeilijk, maar niemand mag het weten. De groei en het consumentenvertrouwen lopen terug, terwijl de werkloosheid en de inflatie stijgen. Geen best rapport voor de regerende AKP, die bij de cruciale parlementsverkiezingen van aankomende zondag de kiezer om een nieuw mandaat vraagt. De partij doet er dan ook alles aan om slecht economisch nieuws aan het oog van het electoraat te onttrekken.

Een rondgang langs journalisten – die alleen anoniem hun verhaal wilden doen – leert dat het steeds moeilijker is om nieuws over de problemen van de Turkse economie te publiceren. Hoofdredacties vrezen de toorn van president Recep Tayyip Erdoğan en het verlies van zakelijke belangen. ‘Er bestaat een angstcultuur waarin zelfcensuur meer regel dan uitzondering is’, vertelt een economieredacteur van een grote Turkse krant.

De groei en stabiliteit van de Turkse economie zijn de basis voor de brede steun die de islamitische AKP sinds 2002 verwierf. De partij won negen achtereenvolgende verkiezingen en voerde een economisch beleid waarin de sociale voorzieningen en de infrastructuur danig verbeterden. In 2011 kon de regering groeicijfers van 8,8% overleggen. Vooral het toerisme en de bouwsector stuwden de Turkse economie. De overheid beperkte de politieke macht van het leger in startte in 2005 toetredingsonderhandelingen met de Europese Unie.

Samenzweringstheorieën

De laatste jaren waait er een steeds autoritairdere wind. Erdoğan en zijn AKP dulden geen enkele oppositie en gebruiken samenzweringstheorieën om hun tegenstanders zwart te maken. Een vermeende ‘rentelobby’ is een voorbeeld. Volgens Erdoğan proberen niet nader bij naam genoemde buitenlandse krachten met het tegengaan van renteverlagingen de groei van de Turkse economie te stoppen. ‘Iedereen die hoge rente verdedigt, gehoorzaamt aan de rentelobby. Dat is landverraad’, zei hij in februari op de Turkse zender NTV. Dergelijke theorieën leiden ertoe dat de druk op journalisten toeneemt.

Zakelijke belangen van de mediabedrijven vormen een volgende belangrijke oorzaak van de (zelf)censuur in de media. Alle mainstream media zijn in handen van grote conglomeraten die ook belangen hebben in andere, veel grotere sectoren. Om die belangen niet in gevaar te brengen, berichten media liever niet al te kritisch over de regering. Eind 2013 lekten opnamen uit van telefoongesprekken tussen Erdoğan, destijds premier, en een relatie van de Ciner Groep, eigenaar van de tv-zender Habertürk. Erdoğan belde vanuit Marokko om te klagen over iets wat hij op televisie had gezien dat hem niet beviel. Binnen een paar minuten was de gewraakte inhoud van de buis verdwenen.

Angst om baan te verliezen

Zo gaat het wel vaker. Een journalist met twintig jaar ervaring in de media vertelt dat het op de redactie regelmatig gebeurt dat een collega bij de hoofdredacteur moet komen. Het verwijt is dan dat er nieuws doorheen is geglipt dat volgens de hoofdredacteur niet door de beugel kan. ‘Soms krijgen ze een laatste waarschuwing en soms worden ze direct ontslagen. Ik ben er niet trots op, maar om zo’n scenario te voorkomen denk je wel twee keer na voordat je een item maakt dat slecht zou kunnen vallen. Uiteindelijk wil je toch je baan behouden’, aldus de journalist.

Naast de (zelf)censuur zien journalisten die verslag willen doen over gevoelige economische zaken zich sinds kort met een volgende moeilijkheid geconfronteerd. Bronnen in het bankwezen en investeringshandelaars wijzen hun interviewaanvragen steeds vaker af. Ook zij zijn bang hun baan te verliezen en zijn van hogerhand geïnstrueerd — vooral in de aanloop naar de verkiezingen — om niet met de media te praten. ‘Als ik met niemand meer kan praten, dan wordt het voor mij onmogelijk om mijn werk te doen’, besluit een volgende journalist.

Laat een reactie achter

Zorg ervoor dat u de verplichte (*) velden invult waar dit is aangegeven. HTML code is niet toegestaan.