Foto: Tan Tunali
Foto: Tan Tunali Foto: Tan Tunali

Nabestaanden Soma op zoek naar gerechtigheid

'Pinar Gezer, vrouw van Zeki Gezer', 'Nursel Kocabas, vrouw van Mustafa Kocabas', 'Ismail Çolak, vader van Ibrahim Çolak': één voor één noemen de nabestaanden van de grootste mijnramp in de Turkse geschiedenis hun eigen namen en die van hun overleden dierbaren op. Het gaat gepaard met een onophoudelijk collectief gesnik.

Een enkeling kan het ondanks een waarschuwing van de rechter niet laten de verdachten wat toe te bijten. "Ik hoop dat Allah jullie dezelfde straf zal geven als de straf die jullie mij hebben gegeven," roept Hüsniye Coskun, die haar man Zeki verloor. De mengeling van intens verdriet en woede zorgt voor een naargeestig gevoel in het tot rechtszaal omgebouwde cultureel centrum. Advocaten, journalisten en gendarmerie horen het met vochtige ogen aan.

301 mijnwerkers overleden toen op 13 mei 2014 brand uitbrak in de Eynez-kolenmijn in Soma. Bijna een jaar later staan 45 medewerkers van Soma Holding, de uitbater van de mijn, terecht bij de hogere strafrechter in Akhisar, op zo'n veertig kilometer van de plaats Soma. Na acht zittingsdagen horen de verdachten strafeisen variërend van 32 maanden gevangenisstraf tot levenslang tegen zich eisen. De aanklachten lopen uiteen van eerstegraads moord tot moord door bewuste nalatigheid.

Op 13 april 2015, exact elf maanden na de ramp, maakte het proces een even valse als tumultueuze start. Tot woede van de nabestaanden zaten er slechts 33 van de 45 verdachten in de rechtszaal. De rechter had uit veiligheidsoverwegingen besloten de overige acht verdachten, die in voorarrest zitten, de rechtszaak met een videoverbinding vanuit de gevangenis te laten volgen. Het leidde tot een overvolle rechtszaal met woedende familieleden die de komst van deze acht mensen eisten.

Toen een jongeman ook fysiek zijn woede probeerde te uiten, namen de raadsheren van de verdachten de benen om plaats te maken voor een cordon oproerpolitie. Na alle consternatie pleitten de advocaten van de nabestaanden ervoor dat de acht gevangen verdachten, onder wie ceo Can Gürkan, naar de rechtszaal gebracht zouden worden. De rechter honoreerde hun eis en twee dagen later kon de rechtszaak alsnog van start.

Advocaat Selcuk Kozagacli, die vijf families bijstaat, houdt een ambivalent gevoel over aan de rechtszaak die 15 juni wordt hervat. "De families hebben laten zien dat ze er ondanks hun emoties alles aan doen om op een orderlijke manier hun recht te halen. Daar ben ik trots op. Waar ik minder blij mee ben, is dat de relatie tussen het management van Soma Holding en de regering niet aan het licht is gekomen. Nu ontlopen sommige verantwoordelijken hun straf," aldus Kozagacli. Enkele verantwoordelijke overheidsofficials wisten hun eigen strafvervolging te blokkeren.

Gülten Kavas, die haar man Ali verloor, vertelt wat de rechtszaak voor haar betekent. "Ik wil dat alle verantwoordelijken de hoogst mogelijk straf krijgen. Alleen daarmee kan dit land laten zien dat een mensenleven enige waarde heeft. Met mijn man heb ik tegelijkertijd ook mijn eigen ziel begraven. Geloof me, sindsdien kost het me moeite om verder te leven. Dat doe ik alleen nog voor mijn dochter, die net als 431 andere kinderen haar vader verloor. Op zijn verjaardag omhelsde ze zijn graf en zei ze: papa, ik zei toch dat je niet naar de mijn moest gaan, het geld dat je had was voldoende voor ons," aldus Kavas.

De nabestaanden zijn verbonden in hun woede en in hun vastberadenheid gerechtigheid voor hun overleden dierbaren te zoeken. Daarin hebben ze vooral steun aan elkaar. Hoewel de staat hun een geldbedrag (51.000 euro) ter compensatie aanbood, voelen ze zich in de steek gelaten; door de staat, maar ook door de lokale bevolking.

Pinar Gezer kocht een nieuw huis en een auto van het geld. "Natuurlijk kan ik een nieuw huis en een auto goed gebruiken, maar beide zijn gekocht van bloedgeld. In plaats daarvan had de staat maatregelen moeten nemen om deze ramp te voorkomen. Ook daar vecht ik nu voor. Ik doe dit natuurlijk in de eerste plaats voor mijn man, maar ook omdat ik niet wil dat andere arbeiders net als mijn man eindigen," aldus Gezer.

Soms krijgt ze op straat in Soma schuine blikken van mensen die jaloers zijn op haar nieuwe huis. "Ze zijn rijk geworden, hoor ik de mensen zeggen." Een man die momenteel in de mijnen werkzaam is, vroeg tot haar ontzetting waarom ze zo veel moeite doet voor de rechtszaak. "Toen ik dat hoorde, voelde ik me zo moedeloos. Ik had hem bijna een klap in zijn gezicht gegeven, maar gelukkig kon ik me beheersen. Ik heb me omgedraaid en ben zonder iets te zeggen weggelopen," zegt Gezer.

"De sociologie van Soma is razend interessant," zegt Kamil Kartal met gevoel voor understatement. De oude vakbondsrot kwam direct na de ramp naar Soma, waar hij de Sosyal Haklar Dernegi (Vereniging voor Sociale Rechten) opzette. Die biedt juridische en psychologische steun en brengt families bijeen. "Omdat de families van de slachtoffers zelf niet in staat waren zich te organiseren, hebben wij die taak op ons genomen. We proberen dat ook met de mijnwerkers zelf te doen, maar dat valt nog niet mee. Er heerst een angstcultuur en je moet heel stevig in je schoenen staan om daaraan te ontsnappen. Iedereen is bang zijn baan te verliezen," legt Kartal uit.

In Soma, waar behalve de Eynez-mijn nog twee kolenmijnen zijn, is er weinig voor nodig om je baan te verliezen. Nog geen half jaar na de ramp in Soma vond er een volgende mijnramp plaats. In een mijn in Ermenek kwamen achttien mijnwerkers om het leven. Enkele werkers uit Soma togen op hun vrije dag naar Ermenek. Toen hun baas vernam van hun trip, liet hij hun toegangspasje voor de mijn ongeldig maken.

Soma is een middelgrote stad met 100.000 inwoners waar de mijnen de enige serieuze werkgelegenheid zijn. De bevolking moet de eindjes aan elkaar knopen en is traditioneel en conservatief. De mensen zijn blij met elke mogelijkheid op werk, onder welke omstandigheden dan ook. Enkele maanden na de ramp stemde 47 procent van de stad op Erdogan als president. Vlak na de ramp had diezelfde Erdogan, destijds nog premier, de ramp het lot van de mijnwerker genoemd.

Özgur Ӧzel, parlementslid voor de Republikeinse Volkspartij, waarschuwde al maanden voor de ramp in het parlement voor de gevaarlijke omstandigheden in de mijn. Hij kookt van binnen als hij zich de uitspraak van Erdogan herinnert: "Deze ramp heeft plaatsgevonden omdat de regering alleen maar geïnteresseerd is in winst en niet in mensen. De staat is de enige afnemer van de mijn en heeft nauwe banden met Soma Holding. De overheid heeft bewust gefaald in het toezicht houden en het scheppen van veilige werkomstandigheden. Dat heeft niets met het lot te maken, maar alles met wild winstdenken," aldus Özel.

Rapporten over de ramp in Soma van de ombudsman, de Turkse Orde van Advocaten en een parlementaire commissie tonen aan dat er structureel is weggekeken bij de slechte arbeidsomstandigheden in de mijn.

In september vorig jaar nam het Turkse parlement een wet aan die de arbeidsomstandigheden in de mijnindustrie moet verbeteren. En in maart dit jaar ratificeerde Turkije na lang talmen de conventie met betrekking tot veiligheid en gezondheid in de mijnindustrie van de Internationale Arbeidsorganisatie

Emma Sinclair-Webb, senior Turkije-onderzoeker van Human Rights Watch, noemt de nieuwe wet en de ratificatie van de IAO-conventie een goede zaak, maar weet tegelijkertijd dat het de structurele problemen niet zal oplossen: "Het probleem in Turkije is niet het gebrek aan wetgeving, maar het gebrek aan implementatie van de wetgeving. Daarom ligt het aantal arbeidsdoden in Turkije nog altijd zo hoog. Zo lang de regering zijn verantwoordelijkheid niet neemt, zal dat helaas niet veranderen," aldus Sinclair-Webb.

Wat er gebeurde in Soma?

Op 13 mei 2014 ontstond er kortsluiting in een transformator, waarna brand uitbrak in de Eynez-mijn in Soma. 301 kompels overleefden de brand niet. Tot 2006 was de mijn in staats-handen. Daarna werd de mijn geprivatiseerd en in 2011 kwam hij in het bezit van Soma Holding.

Sindsdien bracht het bedrijf de productiekosten van kool drastisch terug, terwijl het de productie juist verhoogde, naar 3,5 miljoen ton per jaar.

Mijnwerkers vertellen dat dit ten koste ging van hun arbeidsomstandigheden. Zo was er geen geld voor safe rooms, ruimtes onder de grond waar de mijnwerkers zich in noodsituaties kunnen terugtrekken. Ook was de temperatuur in de mijn te hoog en werkten er meer mijnwerkers dan toegestaan in de mijn. Door het gebrek aan implementatie van de wetgeving en de nauwe financiële banden tussen de staat, enige afnemer van de mijn, en de top van Soma Holding, kon deze situatie voortduren.

Een rapport van Eurostat en de Sociale Verzekeringsinstitutie van Turkije uit 2011 toont aan dat het aantal arbeidsdoden in Turkije op 15,4 per 100.000 arbeiders ligt, tegen 2,6 in de rest van Europa. Mijnongevallen vormen een groot aandeel in deze statistieken.

Laat een reactie achter

Zorg ervoor dat u de verplichte (*) velden invult waar dit is aangegeven. HTML code is niet toegestaan.