Diyarbakir: de vergeten, verwoeste stad
Foto's: Barbaros Kayan/MOKU

Diyarbakir: de vergeten, verwoeste stad

Het historische centrum van Diyarbakir, omringd door iconische, uit basaltsteen opgetrokken stadswallen, verkeert in staat van beleg. Niet langer bevolken zonnebloempitten etende jongeren de muren. Sinds drie maanden zijn die het domein van zwaarbewapende politieagenten die bij iedere toegangspoort controleposten met Turkse vlaggen geïnstalleerd hebben. Hoewel de echte exodus al achter de rug is - 20.000 mensen pakten reeds hun biezen - ontvluchten Koerdische families nog dagelijks de oude stad.

In verschillende (delen van) steden in het zuidoosten van het land zijn het afgelopen half jaar uitgaansverboden afgekondigd. De Turkse strijdkrachten zeggen wijken 'schoon te vegen', die jonge Koerdische militanten, op hun beurt, zeggen te verdedigen. In de smalle straatjes van de wijk Sur, binnen de stadsmuren van Diyarbakir, wierp de YPS, een jeugdtak van de Koerdische Arbeiderspartij PKK, barricades op. Het Turkse leger dreef de militanten terug tot in een paar straten. In de overige straten binnen de stadswallen verrichten bewoners, die zich middenin het conflict gevangen weten, reparatiewerkzaamheden. Door mijnen beschadigde waterleidingen worden provisorisch hersteld, het rolluik van een bakkerij opnieuw gelast.

Wat er in het afgesloten gebied waar wapengekletter klinkt gebeurt, is ongewis. Evenmin is er iets bekend over het lot van en het aantal burgers die zich met de militanten in het gebied bevinden. Wachtend voor een door de politie opgetrokken wegafscheiding toont een jongen op zijn telefoon een foto van het slagveld, 'van een vriend van binnen'. De verwoesting doet denken aan steden als Homs en Aleppo in buurland Syrië. Afgewisseld met ambulances en militaire voertuigen rijden vrachtwagens gevuld met restanten van wat eens huizen en winkels waren af en aan.

In het culturele centrum Dicle Firat houden familieleden van in het geweld verzeild geraakte burgers een wake. Ze hopen dat de blokkade wordt opgeheven en dat hun dierbaren veilig het afgesloten gebied kunnen verlaten. Gouverneur Hüseyin Aksoy bood de afgelopen dagen verschillende malen een tijdslot van twee uur aan waarbinnen iedereen die dat wilde het gebied veilig kon verlaten. Dat gebeurde niet. Voor de regeringsmedia een gelegenheid om de klem zittende burgers weg te zetten als terroristen, voor de Koerden een teken dat de autoriteiten hun eisen niet serieus nemen: de gewonden hebben meer tijd nodig om veilig weg te komen.

De 39-jarige Fatma is een van de wachtenden. Ze mist haar twaalfjarige zoon Mehmet Salih: "Hij was nieuwsgierig en ging een kijkje nemen toen het uitgaansverbod voor een dag werd opgeheven", zegt ze met betraande ogen. Sindsdien heeft ze geen contact meer met hem gehad. De tranen van Fatma en andere families tonen de woede en radeloosheid die het opgelaaide conflict tussen de PKK en het Turkse leger onder de bevolking hebben veroorzaakt.

De boosheid richt zich met name op president Erdogan en zijn AKP. Volgens velen in Diyarbakir vormde vorig jaar het resultaat van de parlementsverkiezingen van 7 juni de lont in het kruitvat. De pro-Koerdische HDP passeerde daarbij de kiesdrempel van 10 procent en ontnam de door Erdogan opgerichte AKP zo zijn meerderheid in het parlement. Bij herverkiezingen op 1 november heroverde de AKP die meerderheid met een nationalistische campagne die door het geweld een enorme impuls kreeg.

Bouwvakker Bayram Günbaz verloor zijn huis en zijn baan toen hij twee maanden geleden noodgedwongen Sur verliet. Soms gaat hij terug naar de plek zo dicht mogelijk bij zijn huis. Hij vroeg twee politieagenten eens hoe zijn huis erbij stond. "Vergeet je huis, er is niets meer van over", zeiden ze volgens een verbolgen Günbaz op denigrerende toon. "Ik wilde ze echt aanvliegen", herinnert de bouwvakker zich in een buurthuis in de wijk Baglar, waar veel uit Sur gevluchte bewoners bij familie onderdak hebben gevonden. "Gelukkig kwamen er op tijd mensen tussen om me tegen te houden", zegt Günbaz.

Hoop op verandering

Hoe anders was de stemming tijdens de vredesonderhandelingen die de Turkse staat tussen 2011 en 2015 met de PKK voerde. Het proces en het daarbij horende staakt-het-vuren leidde tot oprechte hoop op verandering. De binnenstad van Diyarbakir werd opgeknapt en trok met zijn rijke historie toeristen. Een joviale schooldirecteur herinnert het zich als de dag van gisteren. "We dachten dat het vredesproces eindelijk definitief vrede zou brengen", aldus de directeur terwijl een knal - volgens hem van een tank - het gekrijs van de buiten spelende leerlingen overstemt.

Vrede kwam er niet en de schooldirecteur zag het klimaat tot zijn ontzetting volledig omslaan. Op zijn school liep het aantal leerlingen binnen een paar weken terug van 1000 naar 300. Hij maakt zich grote zorgen over de psychische gezondheid van zijn leerlingen en over hun toekomst: "Onze leerlingen kunnen het geluid van een tank onderscheiden van dat van een mijn en spelen guerrillaspelletjes op het schoolplein. Na zoveel jaar en zoveel doden vraag ik me heel sterk af of deze jongeren straks nog wel plaatsnemen aan een onderhandelingstafel", zo stipt de schooldirecteur een breed gedragen zorg aan over radicalisering van een kansloze jeugd.

Toch zijn het niet alleen Erdogan en de AKP die kritiek krijgen. Een 37-jarige ex-minibuschauffeur adresseert in hurkzit en op fluistertoon zijn verwijten aan de PKK. "Na de verkiezingen van 7 juni had de PKK de uitslag moeten respecteren. We hadden met de HDP een groot succes gehaald: maar liefst 80 zetels. Maar de PKK was niet tevreden", constateert Ahmet, die vindt dat de PKK zich schuldig heeft gemaakt aan provocatie. "Het is een fout geweest om die barricades op te werpen. Als ze dat niet gedaan hadden, had het leger nu ook geen reden om de wijk met tanks binnen te komen."

Volgens de voormalige chauffeur heeft dat ook zijn weerslag op de HDP. "Geloof me, als er nu verkiezingen worden gehouden worden, zal de HDP bij lange na de kiesdrempel niet halen", zegt hij terwijl hij aan zijn bidkettinkje draait. Het is het verhaal van de kip en het ei. Wie men ook als hoofdschuldige aanwijst, iedereen is oorlogsmoe.

Volgens Reha Ruhavioglu, werkzaam voor mensenrechtenorganisatie Mazlumder, is naast de nationale verkiezingen, de situatie in Syrië een belangrijke reden geweest voor de escalatie van het conflict. "Het verzet van de Koerden tegen Isis in Kobani heeft hen enorm veel hoop gegeven. Nu profiteren ze van de Russische bombardementen in Syrië. Het is de grootste nachtmerrie van Turkije dat de Syrische Koerden, net als de Iraakse Koerden, langs de hele Turkse grens een gebied in handen krijgen", zegt Ruhavioglu. Om zo'n scenario te voorkomen bestookte Turkije de afgelopen weken doelen van Syrische Koerden over de grens.

Dit tot onvrede van de Europese Unie, die op straat in Diyarbakir op hevige kritiek kan rekenen. Vier maanden geleden sloten Turkije en de EU het daar beruchte vluchtelingenakkoord. De EU beloofde Turkije in ruil voor het tegenhouden van vluchtelingen onder andere drie miljard euro en een soepeler visumsysteem voor Turken die naar Europa willen. Voor kritiek op de mensenrechtensituatie in Turkije is in dit proces weinig plek. Of, zoals Hatice Gür, die ook haar huis in Sur moest verlaten, het verwoordt: "Daarmee zegt Europa: 'Ik geef jou geld en dan mag je vermoorden wie je wil'."

Kritische rapporteur

Europarlementariër en Turkije-rapporteur Kati Piri is wel kritisch over Turkije. Uit gelekte onderhandelingen bij de G20 in november vorig jaar bleek dat de presentatie van haar voortgangsrapport uitgesteld werd om Turkije niet te veel tegen het hoofd te stoten rondom de verkiezingen. Toen Piri onlangs na een bezoek aan Diyarbakir een blog wijdde aan een groep burgers die Sur veilig kon verlaten, trok minister Volkan Bozkir van Europese zaken haar integriteit in twijfel. De Turkse media deden daar nog een schepje bovenop en maakten Piri, die benadrukt de PKK als een terroristische organisatie te beschouwen, uit voor terreursympathisant.

Piri reageert nonchalant op de verwijten: "Ik ben in de eerste plaats rapporteur van het Europese Parlement (...) Op het moment dat de regering ervoor kiest de dialoog af te snijden is dat haar keuze." Hoewel Piri erkent dat de EU Turkije heel hard nodig heeft bij de aanpak van de vluchtelingencrisis, vreest ze dat de huidige houding van de EU in de vluchtelingencrisis leidt tot verwijdering tussen de bevolking van Turkije en Europeanen: "Je creëert het beeld voor Turken dat mensen in Europa weer een spel met hun spelen", aldus Piri.

Niet alleen vanuit de EU is er weinig aandacht voor het conflict. Ook in de rest van Turkije hoort men weinig van wat er in het zuidoosten van het land gebeurt. Belangrijke oorzaak voor de stilte is de immer toenemende repressie tegen de Turkse media. Cameraman Refik Tekin kan erover meepraten. Hij was voor zijn werkgever IMC TV op pad in Cizre. Ook daar gold een uitgaansverbod, dat gisteren gedeeltelijk werd opgeheven. Een delegatie met lokale politici en een parlementariër werd beschoten toen die de stoffelijke overschotten van een aantal mensen van straat wilde halen. Tekin filmde hoe de groep door Turkse troepen onder vuur kwam te liggen. Het leidde tot negen doden en twee gewonden.

Tekin zelf werd geraakt in zijn scheenbeen en beweegt zich anderhalve maand later in zijn appartement in Diyarbakir voort op krukken, van bank naar bed en omgekeerd. Van de dokters heeft hij te horen gekregen dat hij als alles goed gaat over vier maanden zijn camera weer op zijn schouder kan nemen. "Ik ben alleen maar meer vastberaden om mijn werk nog beter te doen", zegt Tekin. Terwijl zijn neef Muhammed hem ontbijt voorzet krijgt Tekin het bericht dat een rechter de sluiting van zijn zender IMC TV heeft verordeneerd. Enkele uren later is het inderdaad zover, een volgend kritisch kanaal is geëlimineerd.

Dat Tekin in Cizre werd neergeschoten is niet toevallig. De grensstad kende het meest extreme geweld tot dusverre in het opgelaaide conflict. Tienduizenden vluchtten uit de stad waar hele wijken tegen de vlakte gingen. Het aantal doden is onduidelijk, maar mensenrechtenorganisaties spreken van zeker 200 mensen. 'Laat er niet zo'n slachting plaatsvinden als in Cizre', is een van de leuzen waarmee demonstranten in Diyarbakir gisteren protesteerden tegen het uitgaansverbod in Sur.

Getagged onder :

Laat een reactie achter

Zorg ervoor dat u de verplichte (*) velden invult waar dit is aangegeven. HTML code is niet toegestaan.