'Westerse dubbelhartigheid’ stoot Turken tegen de borst
Straatbeeld in Çengelköy / foto: Tan Tunali

'Westerse dubbelhartigheid’ stoot Turken tegen de borst

ISTANBUL - Westerse media met een focus op de ‘heksenjacht’ en westerse politici die wel de reactie van de regering maar nauwelijks de couppoging zelf veroordeelden zijn deze dagen de gebeten hond in Turkije. ‘Niets maakt mij banger dan de Westerse obsessie met Erdogan.’ Zo besluit Nuray Mert haar column in de Turkse krant Hürriyet Daily News. Mert beklaagt zich over de westerse houding na de mislukte coup van vijftien juli. Europa en de Verenigde Staten zouden Erdogan verwijten dat hij een heksenjacht op tegenstanders begint, maar zich nauwelijks uitspreken tegen de poging tot staatsgreep die daaraan voorafging. Mert is bepaald niet de enige in Turkije die zo denkt. Kranten staan vol met vergelijkbare, vaak minder subtiel verwoordde, stukken.

Dat idee leeft ook sterk in de Turkse samenleving. Bijvoorbeeld in Çengelköy; een wijk in het Aziatische gedeelte van de stad, even ten noorden van de op vijftien juli door coupplegers bezette Bosporusbrug. In het centrum van de wijk vonden hevige gevechten tussen de regeringsgetrouwe politie en opstandige militairen plaats. Gewapende burgers vochten aan de zijde van de politie. Achttien mensen verloren het leven en tientallen raakten gewond. Voor dit landverraad door militairen en leed van onschuldige burgers heeft het Westen geen oog, luidt het sentiment in de wijk.

Recep Ali Akbulut, een 61-jarige winkelier, zag die nacht hoe sluipschutters zijn buurtgenoten neerschoten. Hij is verontwaardigd over de reactie van het Westen. “Hoe kun je zeggen een vriend te zijn, en dan je bondgenoot in zo’n moeilijke tijd niet steunen? Ik had van onze vrienden verwacht dat ze achter ons zouden staan en de coup zouden veroordelen. In plaats daarvan bekritiseren ze onze president. Dat is oneerlijk en dubbelhartig. Laat ze maar weten dat het volk volledig achter Erdogan staat.”

Terwijl Akbulut ferme taal uitslaat brengt de minister van cultuur en toerisme Nabi Avci een bezoek aan de wijk. In zijn gevolg bevinden zich een half dozijn cameraploegen. De afgelopen dagen zagen de bewoners van Çengelköy talloze hoogwaardigheidsbekleders voorbijtrekken. De Turkse regering wil uitstralen dat het na de coup de steun van de bevolking geniet. Gezien de glunderende winkeleigenaars slaagt het daar uitstekend in.

Ondertussen bleven Westerse politici weg. Afgelopen woensdag was de secretaris-generaal van de Raad van Europa Thorbjørn Jagland de eerste belangrijke Europeaan die Turkije na de couppoging bezocht. Dat is voor veel mensen een teken aan de wand: het Westen wil Erdogan weg hebben en had het niet erg gevonden als de coup was geslaagd. Een andere populaire theorie is dat Westerse inlichtingendiensten achter de staatsgreep zaten.

Bij die theorie komt Fethullah Gülen om de hoek kijken. De Turkse regering ziet deze islamitische prediker als het brein achter de couppoging. Dat Gülen sinds 1999 in de Verenigde Staten woont voedt de achterdocht jegens het Westen onder de Turkse bevolking. Daarbij rakelen mensen op dat Europese grootmachten na de Eerste Wereldoorlog Turkije wilden opdelen, en dat de Verenigde Staten in de Koude Oorlog betrokken waren bij militaire machtsovernames.

Niet iedereen is gelukkig met het breed gedragen anti-Westerse sentiment. Hakan Güneş, docent Politicologie aan de Universiteit van Istanbul, hekelt vooral de negatieve houding tegenover de buitenlandse pers. “Om eerlijk te zijn haal ik meer inzichten over mijn land uit Westerse dan uit Turkse media. Mensen die niet verder komen dan het Westen overal de schuld van te geven bedrijven goedkoop populisme.”

Goedkoop populisme of niet, de al langer bestaande kloof tussen het Westen en de Turkse bevolking is in de nasleep van de couppoging flink gegroeid.

Lees op trouw.nl

Laat een reactie achter

Zorg ervoor dat u de verplichte (*) velden invult waar dit is aangegeven. HTML code is niet toegestaan.