Martelaarschap als politiek instrument
Foto: AP

Martelaarschap als politiek instrument

Rabiye Yilmaz heeft haar boodschappentas even neergezet. In het drukke metrostation van Yenikapi kijken tientallen mannen en vrouwen haar vanaf levensgrote zwarte pilaren aan. Allen sehit, martelaren, volgens de Turkse staat. In de nacht van de mislukte coup, 15 juli, wierpen ze zich heldhaftig voor tanks om de democratie in het land te redden. Tussen zich naar hun werk spoedende mensen laat de 46-jarige huisvrouw zich door haar zoon op de foto zetten met haar helden. "Als zij er niet geweest waren, zouden we hier nu niet zo in vrijheid rond kunnen lopen", vertelt ze met volgelopen ogen.

Het geluid van Yilmaz in Yenikapi is alomtegenwoordig in het Turkije van na de couppoging. De publieke ruimte wordt overspoeld met martelaarspleinen, martelaarsbruggen, martelaarsbossen en wat dies meer zij. Veelal krijgen ze ook de datum mee waarop de martelaren het leven lieten. De Bosporusbrug werd bijvoorbeeld de '15 juli martelaarsbrug'. En na een aanslag in Istanbul waarbij 45 mensen, waaronder 37 politieagenten, om het leven kwamen, werd de plaats van ontploffing de '10 december martelaarsheuvel'.

Voetbalwedstrijd

Afgelopen week organiseerde de Turkse voetbalbond in Istanbul een heuse martelaarswedstrijd. De tribunes kleurden rood met Turkse vlaggen, volgens hoofdgast president Recep Tayyip Erdogan naar 'de kleur van het bloed van de martelaren'. Hij werd geflankeerd door nabestaanden van martelaars: een moeder en zoon van een in Besiktas omgekomen politieagent aan de ene kant, broer en zus van een in de week erop in de stad Kayseri omgekomen militair aan de andere. De tweede ring was voor de gelegenheid gelardeerd met spandoeken die de landverraders beschimpten en 'de opperbevelhebber' en zijn gewenste presidentiële systeem prezen. Kinderen in politie- en legeruniformen salueerden voor de ondeelbaarheid van de Turkse natie.

Toen Mehmet Özhaseki, minister van milieu en stadsplanning, na de aanslag een bezoek aan Kayseri bracht, wenste hij daar politieagenten hetzelfde lot toe als hun pas omgekomen collega's. 'Met Gods wil worden jullie ook martelaren', zei Özhaseki. Eerder had Nuray Duyar, moeder van haar in Besiktas omgekomen zoon Oguzhan Duyar, in de Turkse pers verteld over de wens van haar zoon, die politieagent was, martelaar te worden: 'Hij is geworden wat hij het liefst wilde'. Voor haar zoon was het martelaarschap het hoogste doel, voor haar een manier om haar verlies van hem te verwerken.

Paradijs

Het martelaarschap vindt zijn oorsprong in de Koran. Mannen die aan de zijde van de profeet Mohammed vochten en in de naam van hun religie en omkwamen verdienden het martelaarschap en daarmee het paradijs. Maar in de geschiedenis van de Turkse republiek verkreeg het via het leger een meer seculiere connotatie. Het volksleger won in de onafhankelijkheidsoorlog (1919-1923) het land terug van de geallieerden. Jonge mannen gaven hun leven in de strijd tegen buitenlandse mogendheden die hun land wilden verdelen. Opperbevelhebber Mustafa Kemal, beter bekend als Atatürk, stichtte vervolgens een seculiere republiek waarin het leger als autoritaire beschermheer van het seculiere karakter van de staat een grote rol kreeg in de politiek.

De afgelopen jaren poogde de AKP, als islamitische partij aartsvijand van het Turkse leger, zich het martelaarschap toe te eigenen. Het concept moest terug naar zijn religieuze wortels, met een pan-Turks sausje. Om de grootse Turkse geschiedenis te benadrukken, die verder rijkt dan die van de republiek, organiseerde het ceremonies om de slagen bij Sarikamis (1914-1915) en Malazgirt (1071) te herdenken. Hierbij versloegen Ottomaanse en Seltjoekse troepen respectievelijk de Russen en de Byzantijnen.

"Zo probeerde de AKP het belang van de onafhankelijkheidsoorlog te bagatelliseren. Het wilde ermee zeggen: voor dit land hebben al veel langer veel meer mensen hun leven gegeven", vertelt Gencer Özcan, professor Internationale Betrekkingen aan de Bilgi Universiteit in Istanbul.

Laffe bomaanslag

'15 juli' bleek het ideale startsein voor een nieuwe onafhankelijkheidsoorlog met Erdogan als opperbevelhebber. Aan het begin van het schooljaar lazen leerlingen in nieuwe brochures van het ministerie van onderwijs alles over de heroïsche strijd van het volk. Afgelopen week noemde Erdogan de strijd die zijn volk vandaag de dag levert nog de grootste sinds de onafhankelijkheidsoorlog. Enkele dagen later voegde hij daaraan toe dat een land niet kan bestaan zonder martelaren. Iedereen die nu bij een terroristische aanslag omkomt, is voor de regering een martelaar voor het vaderland. Van in de strijd met de PKK omgekomen militairen tot toevallige voorbijgangers bij een bomaanslag.

De 19-jarige student medicijnen Berkay Akbas was zo'n toevallige voorbijganger. Met acht vrienden uit Ankara een weekend op stap in Istanbul. De taxi waarin hij zat, kwam langs het Besiktas-stadion toen daar op 10 december de bom ontplofte. Berkay overleefde het niet en kreeg van de staat het predicaat 'martelaar'. Maar zijn zus Selin wil niks weten van het opgelegde martelaarschap voor haar broer. "Door mijn broer een martelaar te noemen zouden we de verantwoordelijken er makkelijk mee weg laten komen", vertelt ze. "Mijn broer is vermoord door een laffe bomaanslag", zei Akbas, daarmee de door de regering opgelegde taal in twijfel trekkend.

'Niet mijn taal'

Over diezelfde taal sprak Filiz Kerestecioglu, parlementslid voor de pro-Koerdische oppositiepartij HDP na de aanslag in Besiktas in het Turkse parlement, nadat AKP-parlementariërs haar opriepen de aanslag te veroordelen: "Ik ben niet gedwongen jullie taal te spreken. Jullie voeren al veertig jaar een beleid over de vraag of wij iets wel of niet veroordelen. En wat heeft dat tot dusverre opgeleverd", stelde Kerestecioglu, die recent tien van haar collega's achter de tralies zag belanden. De aanslag veroordelen deed ze later alsnog, maar dan wel in een context die ze voor haar verhaal geschikt achtte.

De regering, op haar beurt, riep bij monde van de minister van binnenlandse zaken, Süleyman Soylu, na de aanslag in Besiktas op tot wraak. Toen hotelmedewerker Caner Ok dat hoorde, verloor hij zijn laatste greintje hoop in de rechtsstaat van zijn land. Ok: "Een minister van binnenlandse zaken moet oproepen tot een onderzoek en vervolging van de daders. Maar in dit land wil men alleen maar bloed zien", zegt Ok, die tijdens de aanslag in Besiktas ook een bekende verloor. "En door iedereen als martelaar of als vijand aan te wijzen kan de regering zich vrijpleiten van haar eigen verantwoordelijkheid."

Hij is boos dat zo veel mensen het martelarendiscours voor zoete koek slikken: "Het door de regering vertelde verhaal vaart op wraak en gaat er vanuit dat we ons moeten opofferen voor strijd tegen de vijanden. Maar daar ben ik helemaal niet toe bereid. Ik wil dat mijn regering verantwoordelijkheid neemt voor de chaos waarin ze het land gestort heeft." Volgens Ok vindt het verhaal van de regering zoveel weerklank, omdat de meeste mensen uit een nationalistische reflex op alle dramatische gebeurtenissen reageren.

Samenzweringstheorieën

Professor Özcan is het met Ok eens en vertelt waarom het martelaarsdiscours via die nationale reflex zo sterk aanslaat in Turkije: "Het nieuwe martelaarsdiscours heeft veel overlap met het verhaal van een land dat van binnen en buiten wordt aangevallen door allerlei bekende en onbekende krachten." Omdat de ontstaansgeschiedenis van de republiek, met de onafhankelijkheidsoorlog tegen de geallieerden, hierop gebouwd is en dat verhaal decennialang de focus van het onderwijs is geweest, slaat dat makkelijk aan, merkt Özcan op. Voor een ander, kritisch narratief is volgens hem nauwelijks plek omdat er geen media zijn overgebleven om het uit te dragen.

Na de couppoging raakten allerhande, toch al courante, samenzweringstheorieën snel wijdverbreid, veelal gevoed door de zich van knip- en plakwerk bedienende regeringsmedia. Alle negatieve ontwikkelingen worden ermee eenvoudig op een van de vele door de regering benoemde vijanden afgeschoven, met de Gülen-beweging en de PKK, beide gesteund door het Westen, voorop. Veelgehoord argument is deze dagen: 'Men wil niet dat Turkije groot wordt'. 'Men' is dan vaak het Westen dat chaos in Turkije zou bekokstoven. Iedereen die het verhaal van de regering in twijfel trekt, is een Fetöcu (lid van de 'Fethullah terreurorganisatie') of een PKK'er; in ieder geval een vijand van de Turkse natie.

Trauma op trauma

Al het geweld heeft geleid tot een permanent gevoel van onveiligheid en opeenvolgende trauma's onder de bevolking. Seher Yücel, een 31-jarige politicologiestudente, ziet daarom geen toekomst meer voor zichzelf in haar land en zou graag naar het buitenland vertrekken: "We hebben het afgelopen jaar zoveel trauma's achter elkaar beleefd. Voor we van het ene trauma voorbij zijn, maken we het volgende mee." En terwijl het martelaarschap voor naasten van omgekomenen vaak troost biedt, staat het denken eromheen voor Yücel juist verwerking in de weg. "Als ik nu een oproep tot vrede zou willen tweeten, wordt ik direct als terrorist bestempeld", weet Yücel.

In zo'n politiek klimaat verdwijnen geluiden als die van Yücel, Ok en Akbas in een storm van nationalistische wraakgevoelens. De natie zoals de machthebbers die voor ogen hebben denkt als huisvrouw Rabiye Yilmaz, die zich in het metrostation van Yenikapi vol trots laat fotograferen met haar martelaren. Zij pakt haar boodschappentas weer op en opent hem gedwee voor de alomtegenwoordige politieagenten terwijl ze door het detectiepoortje snelt.

Lees op trouw.nl

Laat een reactie achter

Zorg ervoor dat u de verplichte (*) velden invult waar dit is aangegeven. HTML code is niet toegestaan.